afgerond
Basiskennis IT
28–29 mei 2026 · Trainer: Bart de Best
✓ authoritatieve syllabus2 avonden (18:30–21:30) · 28-29 mei 2026 (verplaatst vanaf 23-24 apr) · Trainer: Bart de Best · EXIN IT Fundamentals
Leerdoel. Een brede basiskennis van IT opbouwen: hardware, software, netwerken, beveiliging en cloud.
Officiële ITMG-cursuspagina → Het IT-landschap
- ICT is ontstaan vanuit rekenmachines en mainframes; de pc-revolutie maakte IT toegankelijk voor iedereen.
- Softwaretypen: systeemsoftware (OS), middleware en applicatiesoftware — elk met een eigen rol.
- Firmware zit tussen hardware en software in: vaste instructies opgeslagen in een chip (bijv. BIOS/UEFI).
- Applicaties communiceren via API's, protocollen en middleware met andere applicaties en systemen.
Firmware: Vaste software ingebakken in hardware (bijv. BIOS) — stuurt het apparaat aan voordat het OS laadt.
API: Application Programming Interface — gestandaardiseerde koppeling waarmee applicaties met elkaar praten.
Tip Onthoud de drielaag: hardware → firmware → software. Firmware is de brug tussen de twee.
Software ontwikkelen
- Softwareontwikkeling doorloopt fasen: analyse, ontwerp, realisatie, testen en beheer (SDLC).
- Methodieken: Waterval (sequentieel), Agile/Scrum (iteratief), DevOps (doorlopend).
- Testen is een eigen discipline: unit-tests, integratietests en acceptatietests bewaken kwaliteit.
- Apps (mobiel, single-purpose) verschillen van enterprise-applicaties in architectuur en levenscyclus.
SDLC: Software Development Life Cycle — de volledige levenscyclus van een softwareproduct.
Agile: Iteratieve ontwikkelaanpak met korte sprints, continue feedback en aanpassing.
Tip Waterval = plan alles vooraf. Agile = bouw stap voor stap, pas aan op feedback.
IT-beheer — het drievoudig model
- IT-beheer bestaat uit drie lagen: technisch beheer, applicatiebeheer en functioneel beheer.
- ITIL is het meestgebruikte beheermodel: definieert processen voor incident-, probleem- en wijzigingsbeheer.
- BiSL richt zich op functioneel beheer: de gebruikerskant van informatievoorziening.
- Demand (wat wil de organisatie) vs. Supply (wat levert IT) — de kloof overbruggen is kern van beheer.
ITIL: Information Technology Infrastructure Library — best practices voor IT-servicemanagement.
BiSL: Business Information Services Library — framework voor functioneel beheer en informatiemanagement.
Functioneel beheer: Beheer vanuit de gebruikersorganisatie: eisen stellen aan en regie voeren over IT.
Tip ITIL = IT-kant, BiSL = gebruikerskant. Samen dekken ze de volledige beheerketen.
Hosting, housing en on-premise
- On-premise: servers staan fysiek bij de organisatie zelf — volledige controle, hoge eigen kosten.
- Housing: de organisatie bezit de servers maar plaatst ze in een extern datacenter.
- Hosting: de aanbieder levert én beheert de servers — minder controle, minder beheerslast.
- Outsourcing, insourcing en near sourcing bepalen waar IT-taken en -personeel belegd zijn.
On-premise: IT-infrastructuur die fysiek binnen de eigen organisatie staat en beheerd wordt.
Hosting: Externe partij levert én beheert de server- en netwerkcapaciteit.
Near sourcing: Uitbesteden aan een partij in een nabijgelegen regio/land.
Tip Beslisregel: hoe meer controle je wilt, hoe meer je on-premise gaat — maar hoe hoger de beheerkosten.
Actuele IT-trends
- Artificial Intelligence (AI): systemen die taken uitvoeren waarvoor normaal menselijke intelligentie nodig is.
- Machine learning: AI die patronen leert uit data zonder expliciet geprogrammeerde regels.
- Internet of Things (IoT): fysieke apparaten (sensoren, machines) die via het internet zijn verbonden.
- Robotisering en digitalisering automatiseren repetitieve processen en veranderen functieprofielen.
Artificial Intelligence (AI): Technologie die menselijke denkprocessen nabootst — redeneren, leren, beslissen.
Machine learning: AI-techniek waarbij een algoritme leert van voorbeelddata zonder expliciete regels.
IoT: Internet of Things — netwerk van 'slimme' fysieke objecten met sensoren en connectiviteit.
Tip AI = het doel, machine learning = een methode om dat doel te bereiken.
Programmeertalen en softwarearchitectuur
- Laagniveau-talen (Assembly) geven directe hardware-controle; hoogniveau-talen (Python, Java) zijn leesbaar voor mensen.
- Gecompileerde talen (C, Java) worden voor uitvoering omgezet naar machinecode; geïnterpreteerde talen (Python) worden regel voor regel uitgevoerd.
- Gangbare paradigma's: procedureel, object-georiënteerd (OOP) en functioneel programmeren.
- Softwarearchitectuur beschrijft hoe componenten samenwerken: monoliet vs. microservices vs. cloud-native.
Compiler: Programma dat broncode vertaalt naar uitvoerbare machinecode.
OOP: Object-Oriented Programming — code georganiseerd in objecten met eigenschappen en gedrag.
Microservices: Architectuur waarbij een applicatie bestaat uit kleine, onafhankelijk inzetbare diensten.
Tip Python = beginner-friendly, geïnterpreteerd. Java = veel gebruikt in enterprise, gecompileerd naar bytecode.
afgerond
Effectief Communiceren
28–30 april 2026 · Trainer: Arno Janssen
✓ authoritatieve syllabus3 avonden · 28-30 april 2026 · Trainer: Arno Janssen · geen examen
Leerdoel. Effectiever communiceren door actief luisteren, feedback en gesprekstechnieken.
Officiële ITMG-cursuspagina → Inleiding communicatie en contact maken
- Communicatie is meer dan woorden: zender, ontvanger, boodschap en ruis bepalen samen het effect.
- Contact maken is de eerste stap: aandacht, afstemming en het creëren van een veilige gespreksruimte.
- Onderlinge beïnvloeding: hoe gedrag van de ander jouw communicatie stuurt en vice versa.
Ruis: Alles wat de boodschap tussen zender en ontvanger verstoort — fysiek, semantisch of psychologisch.
Onderlinge beïnvloeding: Het principe dat communicatiestijlen op elkaar inwerken en elkaars gedrag aansturen.
Tip Goede communicatie begint niet met spreken maar met aansluiten — sluit eerst aan op de ander voordat je je boodschap overbrengt.
Communicatiestijlen en eigen voorkeuren
- Er zijn meerdere communicatiestijlen (bijv. analytisch, sturend, expressief, meegaand) — geen is beter.
- Elke stijl heeft sterke punten en valkuilen; inzicht in je eigen voorkeursstijl voorkomt blinde vlekken.
- Flexibiliteit: de effectiefste communicators kunnen meerdere stijlen bewust inzetten.
Communicatiestijl: Karakteristiek patroon in hoe iemand informatie overbrengt en reageert op anderen.
Valkuil: Automatische neiging die in bepaalde situaties juist contraproductief werkt.
Tip Ken je eigen dominante stijl — dan zie je ook waarom je botst met mensen die een andere stijl hebben.
Waarnemen en interpreteren
- Waarnemen en interpreteren zijn twee aparte stappen: feit vs. mening/oordeel scheiden is cruciaal.
- Referentiekaders en aannames kleuren hoe je gedrag van anderen interpreteert.
- Bewust waarnemen zonder direct te oordelen verbetert de kwaliteit van gesprekken.
Referentiekader: Het geheel van ervaringen, waarden en overtuigingen waardoor iemand de wereld filtert.
Interpretatie: De betekenis die je toekent aan een waarneming — subjectief en beïnvloedbaar.
Tip Formuleer: "Ik zie / hoor X" (waarneming) en "Ik denk dat dit betekent Y" (interpretatie) — houd ze apart.
Feedback geven en ontvangen
- Effectieve feedback is specifiek, gedragsgericht en tijdig — geen aanslagen op de persoon.
- Feedback ontvangen vraagt openheid: luister volledig, vraag door en reageer niet defensief.
- Feedbackcultuur: wederzijdse feedback versterkt samenwerking en persoonlijke groei.
Gedragsgerichte feedback: Feedback gericht op zichtbaar gedrag, niet op karakter of intentie.
Defensieve reactie: Automatisch zichzelf beschermen bij kritiek — blokkeert leren en dialoog.
Tip Gebruik bij feedback de ik-boodschap: "Als jij X doet, merk ik Y, en dat heeft voor mij Z als gevolg."
Omgaan met weerstand en conflicten
- Weerstand is informatie: het signaleert een onvervulde behoefte of een niet-gehoorde zorg.
- Technieken: meebewegen, benoemen van weerstand, en het stellen van open vragen.
- Conflicten kunnen constructief zijn als ze bespreekbaar worden gemaakt en niet escaleren.
Weerstand: Reactie van een gesprekspartner die aangeeft dat de boodschap niet landt of bedreigend voelt.
Meebewegen: Techniek waarbij je de weerstand erkent en er niet tegenin gaat, waardoor spanning daalt.
Tip Ga niet harder duwen bij weerstand — benoem het: "Ik merk dat je hier anders over denkt, wat speelt er voor jou?"
Zelfherstellend vermogen en mondelinge communicatie in de praktijk
- Zelfherstellend vermogen: structuur en methodieken helpen je terugkeren naar effectief gedrag na een misstap.
- Mondelinge communicatie in ICT-omgevingen: heldere taal tegenover collega's, leidinggevenden, leveranciers en klanten.
- Oefen actief met alternatieve handelingswijzen — inzicht alleen verandert nog geen gedrag.
Zelfherstellend vermogen: Vermogen om na een communicatieve misstap terug te keren naar effectief en bewust gedrag.
Handelingswijze: Concrete gedragsalternatieven die je bewust kunt inzetten in lastige communicatiesituaties.
Tip Inzicht is stap 1, oefenen is stap 2 — zonder oefening verandert je gedrag in de praktijk niet.
aankomend
Workshop Werken in de IT-sector
16 juni 2026 · 15:00–17:00 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus1 dagdeel · gratis voor ESF-deelnemers · geen examen · geen voorkennis
Leerdoel. Je vaardigheden en competenties beter benutten en je sollicitatievaardigheden verbeteren, met insider-view op recruitment in de IT.
Officiële ITMG-cursuspagina → Insider-view recruitment in IT
- Hoe werving & selectie binnen de IT-sector werkt.
- Hoe je daar als kandidaat je voordeel mee doet.
Recruitment: Werving en selectie van kandidaten door werkgevers/bureaus
Tip Verplaats je in de recruiter: wat zoekt die in de eerste 10 seconden?
Pitch & voorstellen
- Een korte, krachtige persoonlijke pitch maken.
- Jezelf overtuigend introduceren bij sollicitatiemomenten.
Elevator pitch: Korte zelfintroductie van ~30-60 seconden
Tip Oefen je pitch hardop — 30 seconden, kernwaarde + wat je zoekt.
Het sollicitatiegesprek
- Veelvoorkomende vragen en hoe je je voorbereidt.
- Praktische tips en coaching voor meer zelfvertrouwen.
STAR-methode: Situatie-Taak-Actie-Resultaat: structuur om gedragsvragen te beantwoorden
Tip Beantwoord gedragsvragen met STAR — concreet en resultaatgericht.
CV & LinkedIn-profiel
- Een sterk, gericht CV opstellen.
- Je LinkedIn-profiel optimaliseren voor de IT-arbeidsmarkt.
LinkedIn: Professioneel netwerk waar IT-recruiters actief zoeken
Tip Stem CV én LinkedIn af op de functie — recruiters checken beide.
aankomend
Praktijktraining Lean
23–25 juni 2026 · 18:30–21:30 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus2 dagen · €1.450 · examen €250 (optioneel) · 2–4u zelfstudie/dag · geen voorkennis
Leerdoel. Van enige afstand naar je eigen werk leren kijken en laaghangend verbeter-fruit herkennen en plukken met 10 Lean-gereedschappen.
Officiële ITMG-cursuspagina → 📅 Voorbereiding (ITMG)3 avonden · 23–25 juni 2026 · 18:30–21:30
Avond 1: hoofdstuk 1 t/m 5 · Avond 2: hoofdstuk 6 t/m 11. Elke avond = theorie (met examen-relevante onderwerpen) afgewisseld met (groeps)oefeningen, vragen en een quiz per onderwerp.
Doe vooraf Neem in de online leeromgeving de slides met rood kader door en bereid de slides met groen kader alvast voor.
Voice of the Customer (VOC)
- Begrijp wie de klant is en wat die écht verwacht van het proces.
- Vertaal klantbehoeften naar meetbare eisen aan je werk.
VOC: Voice of the Customer — de stem/verwachting van de klant als startpunt voor verbeteren
Tip Lean begint altijd bij klantwaarde: wat is de klant bereid voor te betalen?
Value Stream Mapping (VSM)
- Breng de hele waardestroom van een proces visueel in kaart.
- Maak waarde-toevoegende vs niet-waarde-toevoegende stappen zichtbaar.
Value Stream Mapping: Visuele techniek die de stappen, doorlooptijd en verspilling in een proces toont
Tip Onderscheid value-add van non-value-add (maar noodzakelijk) en pure verspilling.
Muda, Muri en Mura — de 3 verspillingen
- Muda = verspilling (8 soorten: o.a. wachten, transport, voorraad, overproductie).
- Muri = overbelasting van mens/machine; Mura = onevenwichtigheid/variatie.
Muda: Activiteit die geen waarde toevoegt voor de klant
Muri: Overbelasting van mensen of middelen
Mura: Onregelmatigheid/variatie in het proces
Tip Ezelsbruggetje 3M: Muda (verspilling), Muri (overbelasting), Mura (variatie).
Impact/Effort Matrix
- Prioriteer verbeterideeën op impact versus benodigde inspanning.
- Begin met quick wins: hoge impact, lage inspanning.
Impact/Effort Matrix: 2x2-matrix om verbeterideeën te prioriteren
Tip Quick wins eerst — dat is het 'laaghangend fruit' uit het leerdoel.
DMAIC
- Gestructureerde verbeteraanpak: Define, Measure, Analyze, Improve, Control.
- Borg verbeteringen in de Control-fase zodat ze niet terugvallen.
DMAIC: Define-Measure-Analyze-Improve-Control — Lean/Six Sigma verbetercyclus
Tip DMAIC = de ruggengraat van elk verbeterproject. Ken de 5 fasen op volgorde.
Ishikawa & grondoorzaakanalyse
- Visgraatdiagram om oorzaken van een probleem te ordenen.
- Combineer met '5x Waarom' om de werkelijke grondoorzaak te vinden.
Ishikawa-diagram: Visgraatdiagram dat oorzaken groepeert (mens, methode, machine, materiaal...)
Tip Behandel grondoorzaken, niet symptomen — anders komt het probleem terug.
Kanban, 5S, Poka Yoke & Antifragiliteit
- Kanban: werk visualiseren en flow/WIP beheersen.
- 5S: werkplek organiseren (Sorteren, Schikken, Schoonmaken, Standaardiseren, Standhouden).
- Poka Yoke: fouten voorkomen of onmogelijk maken; Antifragiliteit: sterker worden van variatie.
Kanban: Visueel systeem om werk en work-in-progress te beheersen
5S: Sorteren, Schikken, Schoonmaken, Standaardiseren, Standhouden
Poka Yoke: Foutpreventie: het proces zo ontwerpen dat fouten niet kunnen
Tip 5S onthouden via de 5 Nederlandse S-en.
aankomend
TMAP Quality for cross-functional teams
1,2,3,8,9 juli 2026 · 18:30–21:30 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus3 dagen · examen inbegrepen · voertaal NL · TMAP = NL-standaard voor testorganisatie
Leerdoel. Testen toepassen in cross-functionele (Agile/DevOps) teams volgens TMAP en 'built-in quality' realiseren.
Officiële ITMG-cursuspagina →E-book Verplicht studiemateriaal: “Quality for DevOps teams” — vouchercode ontvangen via ITMG (16 jun), gebruikt tijdens de training.
Dag 1 — Fundamenten kwaliteit & testen
- Wat is softwarekwaliteit en waarom cruciaal in Agile/DevOps.
- Rol van testen in cross-functionele teams; TMAP-kernprincipes.
- Testsoorten, teststrategieën en risicogebaseerd testen.
TMAP: Test Management Approach — de Nederlandse standaard voor testen/kwaliteit
Risicogebaseerd testen: Testinspanning richten op de grootste risico's
Tip TMAP = vraagzijde van kwaliteit, ingebouwd in het team i.p.v. losse testfase.
Testen in Scrum, SAFe & DevOps
- Hoe testen past binnen Scrum, SAFe en DevOps.
- CI/CD en Continuous Testing voor geautomatiseerde kwaliteitsbewaking.
- Samenwerking en verantwoordelijkheden in het team.
Continuous Testing: Geautomatiseerd testen geïntegreerd in de CI/CD-pijplijn
Built-in quality: Kwaliteit ingebouwd in elke fase i.p.v. achteraf getest
Tip In DevOps test je continu — kwaliteit is van het hele team, niet één tester.
Dag 2 — Testtechnieken & automatisering
- Testontwerp-methodologie; exploratory vs script-based testing.
- Risicobeheer in testplanning; wanneer wel/niet automatiseren.
- Testtools: Selenium, Cypress, Playwright; balans handmatig/automatisch.
Exploratory testing: Gelijktijdig leren, ontwerpen en uitvoeren van tests zonder vooraf script
CI/CD: Continuous Integration / Continuous Delivery
Tip Niet alles automatiseren — kies op basis van risico en herhaalfrequentie.
Dag 3 — Kwaliteitscultuur & testmanagement
- Kwaliteitscultuur opbouwen; continuous improvement en feedback.
- Samenwerking met stakeholders; teststrategie in Agile.
- Examenvoorbereiding TMAP QCFT + persoonlijk actieplan.
Kwaliteitscultuur: Gedeelde verantwoordelijkheid voor kwaliteit binnen het hele team
Tip Het examen (QCFT) zit in de prijs — voorbeeldvragen komen op dag 3 aan bod.
aankomend
Masterclass Effectieve Business Intelligence
5,6,7,12,13 augustus 2026 · 18:30–21:30 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus3 dagen / 5 avonden · €2.250 · examen €250 · hands-on met SQL
Leerdoel. Beschikbare data binnen de organisatie omzetten in kennis om onderbouwde beslissingen te nemen.
Officiële ITMG-cursuspagina → Inleiding BI
- Werkveld en definities; self-service reporting en dashboarding.
- KPI's inventariseren; datamodellen en metadata voor BI.
Business Intelligence: Data omzetten in inzicht voor betere besluitvorming
KPI: Key Performance Indicator — meetbare prestatie-indicator
Tip BI = van data → informatie → kennis → beslissing.
SQL voor BI
- SELECT-statements als basis van datavragen.
- Filteren (WHERE), kolomselectie en berekende kolommen.
SELECT: SQL-commando om gegevens uit een tabel op te vragen
Berekende kolom: Kolom die wordt afgeleid via een formule/expressie
Tip Oefen SELECT/WHERE alvast — dit is de kern van dag 1-2.
Data ontsluiten — joins & aggregatie
- Sleutels en joins om tabellen te combineren; complexe queries.
- Booleaanse algebra, aggregatiefuncties (SUM, COUNT, AVG) en KPI-relaties.
- Dashboards samenstellen; demonstratie van query-tools.
Join: Tabellen koppelen op een gedeelde sleutel
Aggregatie: Gegevens samenvatten (som, gemiddelde, telling)
Tip Een join koppelt rijen; een aggregatie vat ze samen — verwar ze niet.
Bronnen ontsluiten & ETL
- Externe bronnen, open datasets, API's en bestandsimport.
- Data-mappings en ETL; metadata-beheer; demonstratie ETL-tools.
ETL: Extract-Transform-Load — data uit bronnen halen, bewerken en laden in een DWH
Tip ETL is de motor onder elk datawarehouse.
Datawarehousing & vervolgstappen
- DWH-architectuur, datamarts en dimensionele datamodellen.
- Drill-down en roll-up; dimensioneel modelontwerp.
- Volgende stap: statistiek, voorspellingsmodellen, data science, NoSQL (MongoDB).
Datawarehouse: Centrale, geïntegreerde database met historische data voor analyse
Dimensioneel model: Ster-/sneeuwvlokmodel met feiten en dimensies voor BI
Tip Datamart = onderwerp-specifiek deel van het datawarehouse.